Bel ons: 020-7373170

Vaccineren

Vaccineren van uw hond

Het doel van de enting is om het immuunsysteem startklaar te maken, mocht het lichaam de ziekte tegen komen. Met name de witte bloedcellen hebben even de tijd nodig als het lichaam voor het eerst een ziekte tegen komt om een reactie te kunnen geven. Hierdoor krijgt de ziekte de kans om alleen ernstigere vorm van de ziekte te veroorzaken voordat het lichaam een goede tegenreactie kan geven. Een vaccin maakt het immuunsysteem alvast startklaar voor als het lichaam de ziekte tegen komt, waardoor de tegenaanval sneller en beter ingezet kan worden en het dier vaak niet of minder ernstig ziek wordt. Na verloop van tijd neemt deze paraatheid van de witte bloedcellen weer af, daarom is het herhalen of boosteren van de entingen ook zo belangrijk.

Natuurlijk is niet alles zonder gevaar aan enten. Meest voorkomende bijwerkingen zijn een lichte vorm van de ziekte waar tegen geënt is, een wat pijnlijke en geïrriteerde plek waar het vaccin is ingespoten. Als een dier al ziek is op het moment van enten dan kunnen de ziekteverschijnselen ernstigere vormen aannemen. Dit is ook de reden waarom een dier altijd wordt nagekeken voordat een dier gevaccineerd wordt. Als het dier dan ziek is, maken we hem eerst beter en enten we iets later.

Een zeldzamere, maar helaas ernstige bijwerking is het ontwikkelen van een tumor op de entingsplaats bij de kat. Momenteel wordt hier veel onderzoek naar gedaan. De vraag is waar dit door komt en hoe we dit kunnen voorkomen. Momenteel is het de overweging om op een plek te enten waar een evt. tumor goed te verwijderen zou zijn. De traditionele plek tussen de schouderbladen lijkt hierbij minder geschikt.

Zoals dus duidelijk is, zitten aan vaccineren niet alleen maar voor delen, maar ook wat nadelen. Op dit moment wegen de voordelen veel zwaarder dan de nadelen.

Natuurlijk wordt er wel een hoop gedaan om de nadelen te beperken: zoals ziektes waarvoor de immuniteit langer lijkt aan te houden, niet standaard in de jaarlijkse enting mee te nemen. Zoals: leverziekte, hondenziekte en kattenziekte, deze worden inmiddels om het jaar of zelfs om de drie jaar gegeven of soms zelfs langer met behulp van een titerbepaling.

Al met al wordt er dus ook in de diergeneeskundige wereld zoveel mogelijk aan gedaan om de bijwerkingen te beperken. Voor de gezondheid van het dier is echter vaccineren een belangrijk onderdeel voor een lang en gezond leven. Daarin is het goed om kritisch te blijven, zodat we geen onnodige risico’s nemen. Het advies op dit moment is dus: vaccineren (op maat) is absoluut nodig!!!

Er is momenteel veel discussie over een titerbepaling tegen de ziektes van de “jaarlijkse” vaccinatie. Een titer kan bepaald worden tegen hondenziekte, leverziekte en parvo. Niet tegen leptospirose en kennelhoest. deze vaccinaties zullen dus in ieder geval gegeven moeten worden, te meer omdat ook bewezen is dat deze slechts 1 jaar immuniteit geven.

Onze Dierenziekenhuizen staan achter het beleid na de overeenstemming en bewezen bescherming met behulp van titerbepalingen en bieden dit ook aan in onze praktijken.

Om ervoor te zorgen dat uw hond gezond blijft en een goede afweer heeft, gebruiken wij onderstaand schema. Er zijn echter bepaalde situaties waarin de dierenarts zal besluiten af te wijken van dit schema. Op de momenten van de “grote cocktail” kan besloten worden tot een titerbepaling. Een titerbepaling meet de antilichamen van het dier in het bloed tegen leverziekte, distemper en parvo. Het advies is op dit moment om niet de puppyvaccinatiemomenten te bepalen aan de hand van titerbepalingen, aangezien dit onnodig een immuniteitsgat kan veroorzaken tussen de daling van de antilichamen uit de melk van de moeder en de opbouw van antilichamen van het vaccin. Pups dienen dus volgens onderstaand schema gevaccineerd te worden. Op 1 jarige leeftijd kan voor het eerst een titerbepaling betrouwbaar uitgevoerd worden om te bepalen of er gevaccineerd moet worden tegen genoemde 3 ziektes. Bij een positieve uitslag dient er na een jaar nogmaals een titerbepaling uitgevoerd te worden, omdat alleen de puppyvaccinatie nog niet gegarandeerd dan 3 jaar bescherming kan geven. op de overige momenten kan daarna 3 jaar tussentijd aangehouden worden voor er weer een titerbepaling nodig is. Jaarlijkse vaccinatie tegen leptospirose (of aanvullend tegen kennelhoest) is wel noodzakelijk. Na 2 keer een positieve titer met 3 jaar tussentijd wordt weer een jaarlijkse interval van titerbepalingen geadviseerd.

Let op niet iedere ziekte is als individueel vaccin verkrijgbaar en dus zal soms dan toch een “grote cocktail” gegeven moeten worden als hondenziekte of leverziekte met een te lage immuniteit testen.

vaccinatieschema hond dierenziekenhuis

Hondenziekte

De hondenziekte wordt veroorzaakt door het CDV-virus en is zeer besmettelijk. Onbeschermde honden kunnen eraan overlijden. het hondenziekte virus tast vrijwel elk onderdeel van het lichaam aan, waardoor zeer hevige en zeer diverse symptomen kunnen ontstaan.

Een jonge pup kan al na 6 weken worden ingeënt tegen de hondenziekte. Op 12 weken wordt de vaccinatie nogmaals herhaald.

Leverziekte

De besmettelijke leverziekte wordt veroorzaakt door het CAV-1 virus. Het virus verspreidt zich vooral via de urine. Honden kunnen er erg ziek van zijn en de lever kan er ernstig door worden aangetast. Jonge honden kunnen ook plotseling sterven aan leverziekte.

Parainfluenza

Parainfluenza is een virus en onderdeel van de kennelhoest. Para-influenza wordt vanaf half 2014 niet meer in injectie vorm gevaccineerd, omdat gebleken is dat de immuniteitsontwikkeling onvoldoende is. Wij raden aan iedere hond aanvullend te vaccineren met de kennelhoest neusdruppel vaccinatie, echter met name kortsnuitige honden en honden die in aanraking komen met veel andere honden met nadruk!

Ziekte van Weil

De ziekte van Weil wordt veroorzaakt door de beweeglijke bacterie leptospirose. Deze bacterie zwemt als het ware het lichaam van de hond binnen. Dat kan gebeuren via wondjes, slijmvliezen en door de huid. Via de urine verlaat de bacterie het lichaam van de inmiddels zieke hond. De bacterie tast de nieren en lever van de hond aan en honden kunnen hierdoor erg ziek worden. Water waar urine van ratten in zit, zoals grachtenwater, vormt een belangrijke vorm van infectie. Ook mensen kunnen ziek worden van de bacterie.

Om de ziekte van Weil te voorkomen, is jaarlijks vaccineren noodzakelijk. Niet alleen om de hond te beschermen, maar ook de mensen in de buurt van de hond. Ook als honden niet zwemmen, is het belangrijk om de hond in te enten. De vaccinatie helpt ook tegen andere soorten leptospirosen dan de variant die de ziekte van Weil veroorzaakt. Vanaf 2014 enten wij met de nieuwste varianten van het leptospirose vaccin van nobivac.

Parvo

Ook parvo is een zeer besmettelijke ziekte. Bij jonge honden kan het heftig braken en bloedige diarree zorgen. Ook oudere honden krijgen ernstige ziekteverschijnselen. Parvo tast het afweersysteem aan. Hierdoor heeft de hond minder weerstand tegen andere ziekteverwekkers.

Het parvo-virus blijf lange tijd nog actief in uitwerpselen en kan hierdoor voor besmetting zorgen bij andere honden. Er zijn echter ook honden die met het virus in hun lichaam niet ziek worden. Maar zij kunnen dan wel andere honden besmetten. Een inenting op maat bij jonge én oudere honden is noodzakelijk.

Kennelhoest

Kennelhoest wordt veroorzaakt door diverse virussen en bacteriën. Kennelhoest is een voorste luchtweginfectie die soms kan doorslaan naar de longen. Hoesten, slijm ophoesten of niezen zijn de meest voorkomende symptomen. Jaarlijkse vaccinatie kan helaas niet voorkomen dat de hond kennelhoest oploopt. De inenting zorgt er wel voor dat de hond er minder ziek van wordt.

Rabiës

Deze virusziekte is ook wel bekend als hondsdolheid. Het virus verspreidt zich via speeksel en kan ervoor zorgen dat dieren elkaar gaan bijten. Als het virus eenmaal in de hond aanwezig is, gaat het naar de hersenen. Dit veroorzaakt het bijtgedrag. De afloop van rabiës is vrijwel altijd dodelijk. Hondsdolheid komt in Nederland niet tot nauwelijks voor. Toch is vaccinatie zeer verstandig, zeker als de hond naar het buitenland gaat. In veel landen is een inenting tegen rabiës verplicht, anders mag de hond het land niet in. De enting mag gegeven worden vanaf 3 maanden leeftijd. De inenting beschermt het dier gedurende 3 jaar. Als uw dier buiten de EU reist is de vaccinatie echter maar 1 jaar geregistreerd en zal uw dier dus eerder gehervaccineerd moeten worden.